Als je ooit met je camera bovenop een bloem hebt gehangen of hebt geprobeerd een insect van héél dichtbij vast te leggen, dan weet je waarschijnlijk hoe lastig dat kan zijn met een standaardlens. Je wilt dichterbij komen, maar je camera stelt niet meer scherp. Je zoekt naar details, maar het lukt maar niet om die echt haarscherp vast te leggen. Oplossing: de macrolens.
In dit artikel neem ik je mee in de wereld van macrolenzen. Ik leg je uit wat een macrolens is, wat je ermee kunt, waar je op moet letten én waarom ik vind dat iedere fotograaf er op z’n minst eens mee zou moeten spelen.

Wat is een macrolens?
Een macrolens is speciaal ontworpen om scherpe foto’s te maken van onderwerpen van heel dichtbij. Waar een gewone lens misschien nog scherpstelt vanaf een halve meter, kun je met een macrolens vaak tot op enkele centimeters afstand komen. Daardoor kun je dingen vastleggen die met het blote oog nauwelijks zichtbaar zijn: de nerven van een blad, de structuur van een insectenoog, dauwdruppels op een spinnenweb…
Technisch gezien spreken we van een ‘echte’ macrolens als die een vergrotingsfactor van 1:1 kan halen. Dat betekent dat het onderwerp op de sensor even groot wordt weergegeven als in het echt. Stel: je fotografeert een muntje van 2 cm doorsnee. Bij een 1:1 lens wordt dat muntje ook 2 cm groot op de sensor geprojecteerd. Oftewel: maximaal detail.
Waar gebruik je een macrolens voor?
Macrofotografie is natuurlijk de eerste toepassing waar je aan denkt. Denk aan:
- Bloemen, bladeren en planten
- Insecten en vlinders
- IJsstructuren en rijp
- Texturen zoals roest, hout of stof
- Druppelfotografie
Maar een macrolens is veel breder inzetbaar dan alleen voor macro. Je kunt ‘m ook prima gebruiken voor:
- Portretfotografie – vooral de 90mm tot 105mm varianten geven een prachtige onscherpe achtergrond (bokeh).
- Productfotografie – denk aan sieraden, elektronica of voedsel.
- Detailshots tijdens bruiloften – ringen, stoffen, decoratie.
De verschillende brandpuntsafstanden
Macrolenzen komen in verschillende smaken. Je hebt bijvoorbeeld:
- 60mm: lekker compact, ideaal voor productfotografie of stilstaande onderwerpen van dichtbij. Nadeel: je moet zelf ook erg dichtbij komen.
- 90mm tot 105mm: de gulden middenweg. Hiermee kun je al een wat comfortabelere werkafstand houden (handig bij insecten).
- 150mm of 180mm: perfect als je écht op afstand wil blijven. Denk aan vlinders, libellen of andere schuwe onderwerpen.
Ikzelf werk het liefst met een 100mm macrolens. Dat is voor mij de ideale balans tussen afstand en flexibiliteit.
Verschil tussen brandpuntsafstand en vergrotingsfactor bij een macrolens
Wanneer je op zoek gaat naar een nieuwe macrolens en je bekijkt een aantal exemplaren op het internet, valt je wellicht direct op dat bij de meeste objectieven de vergrotingsfactor wordt vermeld. Twee termen die bij macrolenzen vaak door elkaar worden gehaald, zijn brandpuntsafstand en vergrotingsfactor. Toch zijn het twee echt verschillende dingen.
Brandpuntsafstand
De brandpuntsafstand (bijvoorbeeld 60mm, 100mm of 180mm) vertelt je iets over het perspectief en de afstand tot je onderwerp. Hoe langer de brandpuntsafstand, hoe verder je van je onderwerp af kunt blijven om dezelfde compositie te behouden. Dit is bijvoorbeeld handig als je een schuw insect wilt fotograferen zonder het te verstoren.
Vergrotingsfactor
De vergrotingsfactor geeft aan hoe groot het onderwerp op de sensor wordt weergegeven. Bij een vergrotingsfactor van 1:1 is het onderwerp op de sensor even groot als in het echt. Dit heeft niets te maken met de afstand tot je onderwerp, maar met de schaal waarop het wordt weergegeven.
Het is dus goed mogelijk dat twee lenzen met een verschillende brandpuntsafstand allebei een vergrotingsfactor van 1:1 hebben. Ze kunnen dus allebei “echte” macrofoto’s maken, maar wel met een andere werkafstand en een ander perspectief.
Kortom:
- Brandpuntsafstand = afstand tot je onderwerp en beeldhoek
- Vergrotingsfactor = hoe groot het onderwerp op de sensor komt
Beide zijn belangrijk bij het kiezen van een macrolens, maar ze betekenen dus iets heel anders.
Een voorbeeld: de bovenstaande foto maakte ik met de Laowa f2.8 2.5-5x Ultra Macro. Een lens met een brandpunt van 25 mm en is dus een groothoeklens. Maar omdat deze lens dicht op het onderwerp kan komen, is de vergrotingsfactor 2,5x tot zelfs 5x.
Tips voor het werken met een macrolens
Een macrolens is een prachtig stuk gereedschap, maar het vraagt wel om een iets andere aanpak dan je misschien gewend bent. Hieronder deel ik 10 praktische tips die mij door de jaren heen hebben geholpen om betere macrofoto’s te maken. Van technische instellingen tot creatieve keuzes.
1. Gebruik een statief (als het kan)
Macrofotografie draait vaak om kleine details, en die vragen om precisie. Elke kleine beweging van jou of je onderwerp kan het verschil maken tussen raak of nét niet scherp. Een stevig statief helpt enorm om je camera stil te houden, vooral bij langere sluitertijden of als je met kleine diafragma’s werkt.
Werk je in het veld en is een statief niet praktisch? Zet dan je camera in de continue opnamestand en maak meerdere foto’s achter elkaar terwijl je heel subtiel je afstand varieert. Vaak zit er dan net eentje bij die perfect scherp is. Het kan ook helpen om de scherpstulmethode van de autofocus van je camera op AF-C te zetten. Zo blijft hij continu scherpstellen en heb je meer kans dat de scherpte op de juist plek ligt.
2. Let op je scherpstelpunt en focus nauwkeurig
Met een macrolens is de scherptediepte extreem klein, soms letterlijk maar een paar millimeter. De scherpte moet dus precies goed liggen. Stel daarom handmatig scherp of gebruik live view om nauwkeurig te controleren waar de scherpte ligt. Veel camera’s hebben ook een hulpfunctie die met kleuraccenten laat zien welk deel van je onderwerp scherp is.
Een andere methode die ik vaak gebruik is scherpstellen door te bewegen. Stel je lens ongeveer op de juiste afstand in en beweeg daarna voorzichtig je camera naar voren of naar achteren totdat je het punt van perfecte scherpte ziet.
3. Gebruik niet het grootste diafragma van je macrolens
Een fout die veel wordt gemaakt bij gebruik van de macrolens is om een groot diafragma in te stellen zoals f2.8. Je zou denken dat je dan een mooie onscherpe achtergrond krijgt maar er komt ook een nadeel bij kijken. Een macrolens heeft vanwege de korte scherpstelafstand van nature al een beperkte scherptediepte. Ook bij gemiddelde en zelfs kleinere diafragma’s. Met een te groot diafragma is er slechts een paar millimeter scherp. Dat is niet handig wanneer je bijvoorbeeld vlinders fotografeert omdat je dan de hele vleugel scherp wilt hebben. Om meer van je onderwerp scherp te krijgen, kun je het diafragma verkleinen naar bijvoorbeeld f8, f11 of f16. Hoe kleiner het diafragma, hoe groter de scherptediepte. Maar pas op, hoe kleiner je diafragma, hoe minder licht er binnenkomt. De sluitertijd wordt dan automatisch langer, dus extra stabilisatie of verlichting is nodig.
De bovenstaande foto hem ik gemaakt met de Laowa 58 mm f/2.8 2x Ultra Macro APO macrolens op een diafragma van f/2.8. Ik schat in dat de scherptediepte in deze foto niet veel meer dan een millimeter is.
Een extra tip: bij f16 en kleiner kan diffractie optreden, wat de scherpte iets vermindert. Experimenteer daarom met wat bij jouw camera en lens het beste werkt.
4. Gebruik extra licht als dat nodig is
Bij het fotograferen met een macrolens kom je vaak licht tekort, zeker als je werkt met kleine diafragma’s. Natuurlijk licht is prachtig, maar soms niet voldoende, bijvoorbeeld in een bos of op een bewolkte dag.
Wat je kunt doen:
Gebruik een reflectiescherm om licht terug te kaatsen op je onderwerp
Werk met een ledlampje of een compacte ringflitser
Gebruik een diffuser om hard licht zachter te maken
Gebruik eventueel een zaklamp als invullicht, werkt verrassend goed bij druppels
Ik neem zelf altijd een klein opvouwbaar reflectiescherm mee in mijn tas. Lichtgewicht en echt goud waard als je een onderwerp net iets wilt oplichten zonder te flitsen.
5. Stel in op handmatige belichting en neem de tijd
Veel camera’s proberen automatisch een gemiddelde belichting te maken, maar bij macro-opnames kan dat fout gaan, zeker bij donkere of glanzende onderwerpen. Je krijgt dan snel overbelichte delen of verlies van detail in de schaduwen.
Ik fotografeer met een macrolens het liefst in de handmatige stand. Zo bepaal ik zelf sluitertijd, diafragma en ISO. Het is even wennen, maar je hebt veel meer controle over het eindresultaat.
6. Gebruik focus stacking voor extreme scherpte
Soms wil je een onderwerp volledig scherp in beeld krijgen, van voor tot achter. Maar zelfs met f16 lukt dat niet altijd. Dan is focus stacking een geweldige techniek. Je maakt meerdere foto’s met verschillende scherpstelpunten en voegt die later samen in de nabewerking.
Zeker bij stilstaande onderwerpen zoals bloemen, sieraden of dode insecten is dit een superkrachtige methode. Het vergt wat meer werk achteraf, maar het resultaat is vaak indrukwekkend.
Hieronder een video waarin ik uitgebreid uitleg hoe focus staking werkt.
7. Bekijk je foto’s tussendoor kritische terug
Als je lekker bezig bent, is het verleidelijk om foto na foto te blijven maken zonder tussendoor echt goed te kijken. Maar geloof me: het is zó belangrijk om af en toe even pauze te nemen en je foto’s op het display terug te kijken. En dan bedoel ik niet alleen of de compositie leuk is, maar of je foto echt scherp is waar je dat wilt.
Zoom in op het scherpstelpunt en controleer of de details goed zijn vastgelegd. Soms denk je dat het wel goed zit, maar zie je bij het inzoomen dat de scherpte nét achter het onderwerp ligt, of dat er bewegingsonscherpte is ontstaan. Beter dat je dat ter plekke ontdekt dan pas thuis achter je computer.
8. Laat het realisme los en speel met abstractie
Met een macrolens hoef je niet altijd natuurgetrouwe of herkenbare foto’s te maken. Sterker nog: juist in dit genre kun je heerlijk spelen met vorm, kleur, licht en structuur. Soms levert het de meest verrassende beelden op als je onderwerp juist niét direct herkenbaar is.
Fotografeer bijvoorbeeld een bloem van zó dichtbij dat je alleen nog maar lijnen en kleurvlakken ziet. Of zoom in op een alledaags voorwerp dat opeens iets compleet nieuws wordt. Dat soort abstracte beelden trekken vaak meer de aandacht dan de zoveelste keurige foto van een roos in het midden van het beeld.
Durf dus af te wijken van de standaard en maak ook ruimte voor kunstzinnigheid en verwondering. Soms is het mooiste beeld juist dat waar mensen eerst even moeten raden wat het eigenlijk is.
De onderstaande foto maakte ik door een foto te maken van een glimmende bloempot. Door er met een paarse lamp op te schijnen, ontstaat er een bijzondere en abstracte foto.
9. Oefen met je macrolens op onderwerpen in en om het huis
Je hoeft niet meteen naar een natuurgebied te trekken met je macrolens om foto’s te maken. Sterker nog, je huis staat waarschijnlijk vol met interessante onderwerpen om mee te oefenen.
Wat dacht je van:
Stofdeeltjes op een veer
Druppels op een cd
IJskristallen op het raam
Textiel, zand, kruiden of snoepjes
Probeer een klein onderwerp eens te fotograferen bij verschillende soorten licht. Zo leer je niet alleen je lens beter kennen, maar ontdek je ook wat jouw stijl is binnen macro.
10. Wees geduldig en blijf je verwonderen
Macrofotografie is geen haastwerk. Soms ben je twintig minuten bezig met één bloem of druppel. En toch is dat juist de charme ervan. Het vertraagt. Het dwingt je om te kijken, echt te kijken. En telkens weer verbaast het me hoeveel schoonheid er schuilt in de kleinste dingen.
Neem dus de tijd, probeer verschillende hoeken en instellingen, en blijf jezelf verwonderen. Want als je de wereld door een macrolens bekijkt, zie je dingen die je nooit eerder zijn opgevallen.
Conclusie
Een macrolens opent een wereld die je normaal gesproken makkelijk over het hoofd ziet. Er zijn veel onderwerpen te bedenken waarbij je met deze lens prima uit de voeten kunt: de nerven van een blad, de ogen van een insect of de structuur van een roestige schroef. Met een macrolens leg je details vast die je met het blote oog vaak niet eens opmerkt. Tegelijk vraagt het om een andere manier van fotograferen, met meer aandacht, meer precisie en soms ook wat meer geduld.
In dit artikel heb je kunnen lezen wat een macrolens precies is, waar je op kunt letten bij het kiezen van een lens en hoe je er in de praktijk het meeste uit haalt. Met de tips kun je niet alleen technisch betere macrofoto’s maken, maar hopelijk ook creatiever en vrijer gaan kijken. Macrofotografie hoeft niet perfect te zijn. Het mag ook speels, dromerig of experimenteel zijn.
Dus pak je camera, ga op ontdekkingstocht en laat je verrassen door de kleine wereld om je heen. Je zult versteld staan hoeveel schoonheid er verscholen ligt in het alledaagse. En wil jij meer leren over de techniek van de camera. Doe dan eens mee met mijn gratis 4 daagse workshop camerabediening. Veel plezier met fotograferen.