Teleconverter

Stel je voor: je staat op een uitgestrekt veld, een roofvogel cirkelt hoog in de lucht, en je wilt hem nét iets dichterbij halen met je camera. Je lens is prima, maar je komt simpelweg niet ver genoeg. Of je fotografeert sport en wilt dat ene moment van afstand haarscherp vastleggen. Dan is er een handig hulpmiddel dat je een flink stuk verder kan brengen, zonder meteen een extra (en vaak peperdure) supertelelens te kopen: de teleconverter.

In dit artikel leg ik uit wat een teleconverter precies is, wat de voor- en nadelen zijn, waar je op moet letten, en hoe je er in de praktijk het meeste uit haalt.

Teleconverter
Een teleconverter van Canon met een 1.4x vergroting. Dit is de Canon Extender EF 1.4x III

Wat is een teleconverter?

Een teleconverter is een los optisch element, eigenlijk een soort vergrootglas, dat je tussen je camera en je lens plaatst. Het vergroot het beeld dat je lens opvangt, waardoor je onderwerp dichterbij lijkt te komen. Je verhoogt dus effectief de brandpuntsafstand van je lens.

De meeste teleconverters vergroten met een factor van 1.4x of 2.0x:

  • Een 1.4x converter maakt van een 200mm lens een 280mm lens
  • Een 2.0x converter maakt van diezelfde 200mm lens zelfs een 400mm

Dat klinkt aantrekkelijk, en dat is het ook. Zeker als je vaker onderwerpen op afstand fotografeert, zoals vogels, sporters of wildlife. Maar er zitten wel een paar haken en ogen aan, waar je je bewust van moet zijn.

Voordelen van een teleconverter

Laten we beginnen met de voordelen van de teleconverter. Hieronder heb ik een uitgebreid overzicht van wat de voordelen zijn als je je telelens combineert met een teleconverter.

1. Meer bereik zonder nieuwe lens

Dit is natuurlijk de belangrijkste reden waarom je voor een teleconverter kiest: je haalt meer uit je bestaande lens zonder meteen te hoeven investeren in een langere telelens. En die investering is vaak niet mals. Een goede 400mm of 600mm lens kost al snel duizenden euro’s, en is ook nog eens groot en zwaar.

Met een teleconverter maak je van je 70-200mm ineens een 280mm (met een 1.4x) of zelfs een 400mm (met een 2.0x). Dat kan net dat verschil maken tussen een mooi beeld en een beeldvullende foto van een vogel, sporter of verre bergtop. En het fijne is: je hoeft er niet eens dichterbij te komen of van lens te wisselen.

Voor mij persoonlijk is het een geweldige oplossing tijdens wandelingen of reizen, waar ik wel bereik wil maar liever licht en compact pak.

2. Compact en lichtgewicht

Een teleconverter past makkelijk in je jaszak of fototas en weegt vaak maar een paar honderd gram. Vergeleken met het meeslepen van een grote telelens is dat echt een verademing. Zeker als je langere tijd onderweg bent, of als je op reis beperkt bagage kunt meenemen, is een converter een hele slimme aanvulling.

Ook voor natuurfotografen die lange afstanden afleggen, denk aan vogelaars of landschapsliefhebbers, is het een praktische manier om extra bereik mee te nemen zonder direct in te boeten op mobiliteit.

3. Kostenefficient

Nieuwe lenzen zijn duur. Zeker als je in het hogere bereik wilt fotograferen (denk aan 400mm en verder), loopt de prijs flink op. Een teleconverter is dan een relatief goedkope manier om je bestaande uitrusting krachtiger te maken. En als je al een kwalitatief goede lens hebt, kun je daar met een converter nog jarenlang plezier van hebben.

4. Werkt goed in combinatie met topklasse lenzen

Met name op hoogwaardige lenzen, bijvoorbeeld een 70-200mm f/2.8 of een 300mm f/4, presteert een goede teleconverter verrassend goed. De scherpte blijft in veel gevallen nog prima overeind, zeker als je werkt vanaf statief of met korte sluitertijden. Op minder goede telelenzen, die vaak wat goedkoper of al wat ouder zijn, werkt een teleconverter niet altijd even goed. Dat komt omdat een teleconverter in feit het beeld uitvergroot. Als je een lens hebt die niet zo scherp is of snel last heeft van lensfouten zoals onscherpte of vertekeningen, dan valt dat met een teleconverter extra op door zijn vergrotingsfactor en zijn de foto’s niet meer geschikt voor grote afdrukken.

De nieuwste converters van Canon, Nikon, Sony en andere merken zijn optisch sterk verbeterd. Combineer je ze met een moderne lens, dan kun je hele nette resultaten behalen. Zeker bij een 1.4x converter is het kwaliteitsverlies vaak nauwelijks merkbaar.

Nadelen van een teleconverter

Is de teleconverter dan de uitving van de eeuw in de wereld van de fotografie? Dat zeker niet. Ook de teleconverter heeft een aantal nadelen waar je rekening mee moet houden.

1. Lichtverlies

Een van de grootste nadelen van een teleconverter is dat je licht verliest. De sensor ontvangt minder licht doordat het beeld vergroot wordt zonder dat de lichtopening van de lens verandert. Dat betekent concreet:

  • Een 1.4x converter kost je 1 stop licht. f/2.8 wordt f/4.
  • Een 2.0x converter kost je 2 stops licht. f/2.8 wordt f/5.6.

En dat heeft gevolgen. Je sluitertijd wordt langer, of je moet je ISO verhogen. Dat heeft weer invloed op ruis en beeldkwaliteit. Bij weinig licht of snel bewegende onderwerpen moet je dus echt kritisch kijken of het nog werkbaar is.

2. Beeldkwaliteit kan afnemen

Hoewel moderne converters erg goed zijn, voegen ze toch een extra optisch element toe tussen je lens en sensor. En hoe meer glas je toevoegt, hoe groter de kans dat de beeldkwaliteit iets achteruitgaat.

Bij een 1.4x converter is dat meestal beperkt tot iets minder scherpte aan de randen of wat minder microcontrast. Bij een 2.0x converter is het effect duidelijker. Foto’s kunnen iets zachter worden, met minder detail, vooral bij grotere diafragma’s.

Gebruik je een lens die zelf al niet heel scherp is, dan wordt dit effect versterkt. Daarom worden converters ook vooral aanbevolen op high-end lenzen die van zichzelf al uitblinken in scherpte en contrast.

Koop bij voorkeur een teleconverter van een betrouwbaar merk, het liefst van hetzelfde merk als je camera of lens. Er zijn ook goedkopere alternatieven te vinden op Chinese webshops, soms al voor een paar tientjes, maar die kun je beter vermijden. De optische kwaliteit en de bouw laten vaak te wensen over. In het ergste geval breekt de converter en kan je lens zelfs op de grond belanden. Bovendien ontbreken bij dit soort modellen vaak de elektronische contactpunten, waardoor autofocus niet werkt. Je moet dan handmatig scherpstellen, wat in de praktijk niet handig is bij de meeste situaties waarin je een telelens gebruikt.

3. Autofocus kan trager of minder betrouwbaar worden

Doordat je lichtsterkte afneemt, heeft je autofocus minder informatie om mee te werken. Vooral bij een 2.0x converter zie je dat scherpstellen merkbaar trager wordt, en bij sommige combinaties werkt autofocus helemaal niet meer.

Dit zie je vooral bij lenzen die, met converter, uitkomen op een effectief diafragma van f/8 of kleiner. Veel camera’s schakelen dan automatisch over op alleen het middelste scherpstelpunt, of verliezen tracking-functionaliteit. Oudere modellen weigeren soms zelfs om te focussen.

Dat betekent dat je in bepaalde situaties moet overschakelen op handmatige scherpstelling, bijvoorbeeld met behulp van live view. Dat vraagt om wat meer geduld, maar geeft ook verrassend veel controle.

Geschikte lenzen voor een teleconverter

Niet alle lenzen zijn geschikt voor gebruik met een teleconverter. Ze werken het beste met:

  • Telelenzen vanaf 70mm of meer
  • Lenzen met een vast brandpunt en hoge lichtsterkte (zoals f/2.8 of f/4)
  • Lenzen van dezelfde fabrikant als de converter

Zoomlenzen met variabel diafragma of goedkopere instapmodellen zijn vaak niet compatibel of geven slechte resultaten. Ook passen converters fysiek niet op elke lens. Controleer dus goed of je lens officieel wordt ondersteund.

Wanneer is een teleconverter handig?

Een teleconverter komt van pas in allerlei situaties waarbij je niet dichter bij je onderwerp kunt komen, zoals:

Vogelfotografie

Je komt niet makkelijk dichterbij, dus extra bereik zonder te verstoren is ideaal. Denk aan een 300mm f/4 met 1.4x converter: 420mm zonder dat je een zware 500mm hoeft te kopen.

Wildlife

Vooral op safari of in natuurgebieden waar je afstand moet houden. Met een converter kun je je onderwerp beeldvullend in beeld brengen zonder je positie te veranderen.

Sportfotografie

Soms zit je ver van het veld of de baan af, en is inzoomen geen overbodige luxe. Met een converter kun je nét dat extra stukje actie vangen.

Landschap met detail

Wil je details uit een berglandschap, skyline of ver weg gelegen kerktoren isoleren? Een converter geeft je meer bereik zonder van lens te hoeven wisselen.

Tips voor het gebruik van een teleconverter

dd

1. Gebruik de teleconverter alleen op hoogwaardige lenzen

Een teleconverter vergroot niet alleen je beeld, maar ook de optische eigenschappen van je lens – zowel de goede als de minder goede. Een lens die al niet superscherp is, wordt met een converter zelden beter. Sterker nog: de zwakke plekken worden juist versterkt.

Daarom werkt een teleconverter het best op lenzen die van zichzelf al uitstekende prestaties leveren. Denk aan lichtsterke telelenzen zoals een 70-200mm f/2.8, een 300mm f/4 of een 400mm f/2.8. Die kunnen het extra glas beter “aan” zonder al te veel verlies in scherpte of contrast.

Heb je zo’n lens? Dan kun je met een converter echt indrukwekkende resultaten halen, zeker bij goed licht.

2. Maak een goede overweging tussen 1.4x of 2.0x vergroting

Hoewel een 2.0x converter je natuurlijk het meeste bereik oplevert, is dat niet altijd de beste keuze. Je levert namelijk meer in op licht en beeldkwaliteit. In de praktijk is een 1.4x converter vaak de gulden middenweg: je wint 40 procent extra bereik, maar houdt nog relatief veel scherpte en lichtsterkte over.

Een 2.0x converter is vooral geschikt als je werkt met topklasse lenzen én weet dat je ruim voldoende licht hebt. Bijvoorbeeld op een zonnige dag, vanaf statief en bij een onderwerp dat niet te snel beweegt.

Twijfel je? Begin dan met een 1.4x. Die is veelzijdiger en levert bij veel camera’s nog prima autofocusprestaties. Je kunt ook een 1.4x en 2.0x teleconverter voor een dag huren. Zo kun je ze goed vergelijken en kijken welke het beste bij je past. Zo verklein je de kans op een miskoop.

3. Let goed op je sluitertijd

Hoe langer je brandpuntsafstand, hoe gevoeliger je beeld wordt voor trillingen. Een kleine beweging van je hand wordt bij 400 of 600mm al snel zichtbaar als bewegingsonscherpte. Gebruik dus een snelle sluitertijd als je uit de hand fotografeert.

Een handige vuistregel is: kies een sluitertijd die minimaal gelijk is aan je effectieve brandpuntsafstand. Dus fotografeer je op 400mm, gebruik dan minimaal 1/400 seconde. Heb je beeldstabilisatie in je lens of camera? Dan kun je wat langer belichten, maar wees voorzichtig.

Ik gebruik zelf bij langere brandpunten het liefst een monopod of statief met schommelkop. Dat geeft rust, vooral bij onderwerpen die niet veel bewegen.

4. Gebruik het centrale scherpstelpunt

Bij gebruik van een teleconverter – zeker een 2.0x – zie je vaak dat de autofocus minder snel of minder accuraat wordt. Veel camera’s hebben moeite met scherpstellen bij diafragma’s kleiner dan f/5.6, en schakelen dan automatisch over naar alleen het middelste scherpstelpunt.

Gebruik dat punt bewust. Het is meestal het meest lichtgevoelige en nauwkeurige scherpstelpunt dat je camera heeft. Wil je je onderwerp niet in het midden? Focus dan eerst, en recomponer daarna je beeld. Of schakel over op handmatig scherpstellen als het echt niet lukt.

5. Let op de lichtomstandigheden

Omdat je lichtsterkte afneemt met een converter, heb je meer licht nodig voor goede resultaten. Werk daarom het liefst bij helder daglicht, of kies bewust het gouden uurtje als je met een statief werkt. Vermijd schemering of donkere binnenruimtes, tenzij je zeker weet dat je camera goed presteert bij hogere ISO-waarden.

Heb je toch weinig licht, overweeg dan om je ISO iets te verhogen of om een lichtsterkere lens te gebruiken zonder converter.

Conclusie

Ben jij een liefhebber van natuur of sta je vaak langs de lijn om actiefoto’s te maken? Dan is een teleconverter een waardevolle aanvulling op je uitrusting. Vooral als je geen zin hebt om een flinke telelens mee te zeulen. Met een teleconverter vergroot je eenvoudig het bereik van je lens, zonder dat je direct hoeft te investeren in een nieuwe of zwaardere lens.

Zoals bij alles in de fotografie is het wel een afweging: je wint aan bereik, maar levert iets in op lichtsterkte, scherpte en soms op de werking van de autofocus. Geen magische oplossing dus, maar wél een verrassend effectieve manier om je mogelijkheden uit te breiden.

Was this article helpful?

Related Articles